Wat wij kunnen leren van economen

die (bijna) niemand meer leest

Ron van Es
5 min readMar 20, 2023

Zaterdag 18 maart hield Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt de zogenaamde Hub Cobbenrede. Hij deed dat in de oude kolen mijnstad Heerlen. Pieter Omtzigt zette onmiddellijk de toon van zijn rede: ‘Wanneer u zestig jaar geleden in Heerlen was opgestaan en had gezegd dat mensen hun huizen niet zouden kunnen verwarmen, hadden ze u stomverbaasd aangekeken. Niet alleen bestond toen het woord energiearmoede niet, maar mijnwerkers zouden u ook niet begrijpen.’ Energiearmoede, wie had dat kunnen bedenken. Net als de woorden toeslag ouder en voedselbank.

‘Hoe zijn wij verzeild geraakt in deze situatie?’ gaat Pieter Omtzigt dan verder, ‘Hoe komt het dat wij spreken over energiearmoede? In bestuurlijke taal betekent dat: we hebben te maken met een crisis in de bestaanszekerheid.’ En de bestaanszekerheid is het gevolg van slecht besturen van de overheid. De vrije markt is losgezongen en bepaalt de economie, en dus de prijzen. De overheid zelf heft veel te veel belastingen van de mensen met lage inkomens en subsidieert bedrijven en de vermogenden. De overheid faalt dus aan vele kanten, want: ‘De overheid heeft die bestaanszekerheid dus als taak.’

Nu had Adam Smith dat allemaal kunnen voorspellen, lees ik in het boek ‘Wat wij kunnen leren van economen die (bijna) niemand meer leest’ van Irene van Staveren (Boom uitgevers). Adam Smith (1723–1790) was professor in de moraalfilosofie maar werd bekend om zijn denken in de economische wetenschap. Een beetje moraal in de economie kan geen kwaad als je Pieter Omtzigt verder leest in zijn rede, maar zijn betoog sluit naadloos aan bij dat denken van Adam Smith. ‘Smith zag markt en staat als gelijkwaardig en verbonden, niet als een hiërarchie waarin de markt bovenaan staat en vrij moet worden gehouden van overheidsbemoeienis.’

Een grappig feit dat ik verder lees over Adam Smith is ‘dat een gewone arbeider voldoende moest verdienen om zich lederen schoeisel te kunnen veroorloven. Hij kon zich dan zonder schaamte in de publieke ruimte voortbewegen.’ Vervang lederen schoeisel eens met de schoenen voor je kinderen als ze naar school moeten. Een probleem dat genoeg mensen in armoede vandaag de dag onder ogen moeten zien. ‘Rechtvaardigheid moet waar nodig de markt corrigeren vond hij, in het belang van de onschendbare menselijke waardigheid.’

Irene van Staveren

Het boek van Irene van Staveren, hoogleraar pluralistische ontwikkelingseconomie aan het Institute of Social Studies aan de EUR en lid van het Sustainable Finance Lab, laat hier zien dat economen uit het verleden springlevend zijn met hun ideeën hoe we een zinvolle en waardige samenleving kunnen zijn met een huidig uit de rails gelopen economisch denken. Het is ook een boek dat heel goed leest en geschreven met een fijne pen, zoals we dat dan zeggen. Hoewel uit 2016 en lezend in 2023 waarin de wereld al een paar keer over de kop lijkt te zijn gegaan, zijn de lessen en feiten van economen en de toelichting van Irene van Staveren heel goed bruikbaar in deze tijd.

Bijvoorbeeld het hoofdstuk over de econoom Hyman Minsky (1919–1996) met zijn ideeën over de financiële markten. ‘Minsky zag een verband tussen de groei van financiële markten en hun instabiliteit. Hoe groter financiële markten, hoe instabieler ze worden. (…) Hij ontkrachtte daarmee het idee dat banken alleen maar pijpleidingen zijn die geld in het economische systeem transporten.’ Banken zijn zelf die pomp dus. Kijk naar de actuele situatie waar én de ECB jarenlang geld drukte en waar banken handig gebruik van maakte. Ze werden te groot, handelden te risicovol en gingen ten onder met een crisis, of moet ik zeggen zeggen crises, als gevolg.

Of neem de econoom Thorstein Veblen (1857–1929) die met zijn ‘Theorie van de nietsdoende klasse’ zijn licht wierp op de grote inkomensongelijkheid van dat moment. Logisch zul je denken, daar was het de tijd ook wel voor. Precies. Lees dan eens het laatste SCP rapport (maart 2023): ‘Er is in Nederland sprake van een klassenstructuur Eigentijdse ongelijkheid omvat meer dan tegenstellingen tussen, bijvoorbeeld, de elite, witteboordenwerkers, en arbeiders in de landbouw of industrie. Hulpbronverschillen slaan in uiteenlopende combinaties neer in zeven sociale klassen in de Nederlandse samenleving. Die vormen gezamenlijk een maatschappelijke hiërarchie van veel naar weinig kapitaal.’ Is er veel verschil met dat wat Thorstein Veblen dan zag? ‘De nietsdoende klasse, zegt Veblen, verzamelt trofeeën in de vorm van uitbundig uitgedoste vrouwen, luxe consumptiegoederen en naar de paardenrennen gaan.’

Niets menselijks is mensen vreemd zou je kunnen zeggen, ook honderd jaar geleden niet. Kijk maar eens naar de sociale media. De rentenierende bovenlaag in het SCP rapport bestaat uit 12,25 van de Nederlandse bevolking. ‘Hun gemiddelde liquide vermogen is veruit het hoogst, evenals de overwaarde in de woning. Ook hebben zij doorgaans een goed inkomen en zijn ze vaak hoger opgeleid.’ Hoe bepalen zij met hun politieke stem het economisch klimaat in Nederland? Vlak daaronder zitten dan de jongere kansrijken (8,6%). ‘Zij zijn hoogopgeleid en hebben ook in andere opzichten veel hulpbronnen, maar kunnen nog groeien in hun inkomen, liquide vermogen en huizenbezit.’ Dit in tegenstelling van ‘de maatschappelijke positie van de onzekere werkenden (10,0%) wankel’ en het ‘precariaat (6,3%).’

SCP rapport: ‘Er zijn ook aanwijzingen dat de structurele ongelijkheid hardnekkig is. Hoewel zij voor hun zorg en ondersteuning relatief vaak afhankelijk zijn van de overheid, voelt ruim de helft van de drie sociale klassen aan de onderkant van de samenleving dat de overheid te weinig doet voor mensen zoals zij (bij de sociale klassen aan de bovenkant is dat hooguit een kwart). Bijna twee derde meent dat mensen zoals zij geen invloed hebben op wat de regering doet (tegenover een derde bij de twee sociale klassen aan de bovenkant). Dat is klemmend, omdat juist deze sociale klassen voor zorg en ondersteuning relatief vaak afhankelijk zijn van de overheid.’

De scheve verhouding tussen de haves en de have-nots is meer dan ooit ontwrichtend in de samenleving en is honderd jaar na Thorstein Veblen niet opgelost. ‘De keuzen die renteniers maken om hun bezit te handhaven en om rente-inkomsten en dividend te vergaren, zijn lang niet altijd in het belang van gezond ondernemerschap en economische ontwikkeling, zo betoogde Veblen.’

‘Wat wij kunnen leren van economen die (bijna) niemand meer leest’ is echt een heel goed boek over economie, zeker vandaag de dag om de actuele situatie naast die ‘oude’ ideeën te leggen. Niet om dan mismoedig het hoofd te buigen en te denken dat we nooit iets zullen leren, nee, om er juist van te leren. Van economen als Karl Marx, John Maynard Keynes, Frank Knight, Barbara Bergmann, Amartya Kumar Sen, Karl Gunnar Myrdal, Joan Violet Robinson en die twee hierboven genoemden. Leren van het verleden zo betoogt Irene van Staveren tot slot is als autorijden. ‘Economisch beleid vormgeven op basis van alleen een toerenteller is als autorijden zonder benul van snelheid, benzinevoorraad, temperatuur van de motor en achteruitkijkspiegel.’

Ron van Es mentor School for Purpose Leadership

Koop ‘Wat wij kunnen leren van economen die (bijna) niemand meer leest’ bij YouBeDo en doneer 1,86 van je vaste boekenprijs aan een goed doel.

--

--