Wat je zoekt zoekt jou

Ron van Es
5 min readMar 26, 2023

‘Ik kom uit een plek waar geen plek is / Mijn adres heeft geen adres / Een plek waar lichamen niet toebehoren / Ik kom uit de oorsprong / Waarlijk / Uit de bron der bronnen’

Dit zijn de beroemde dichtregels van de dichter die zich later Rumi is gaan noemen, maar geboren werd onder de naam Mohammed Djalal Eddin in de stad Balch, dat in het huidige Afghanistan ligt. Via een reis, onder de dreiging van Djengiz Kahn, die in die tijd hele gebieden veroverden (met bloedig gevolg), ging Rumi met zijn vader, de mysticus Bahao Eddin via Bagdad en Mekka naar Konya. Daar werd hij de grote dichter die we vandaag de dag kennen en nog steeds lezen.

De reis, de gedichten, de verhalen, alles wordt beschreven in het geweldige boek van Kader Abdolah. ‘Wie van lezen houdt, wie over het bestaan nadenkt, moet Rumi kennen. Vandaar dit boek.’

Op zijn zo kenmerkende reis waarin Rumi van jongen tot dichter wordt, ontmoet hij ook de mystieke dichter Attar. ‘Attar liep naar de kast, haalde twee van zijn gedichtenbundels eruit en gaf ze aan Djalal. ‘Voor jou. Lees ze en neem ze mee als je weggaat.’ Eén van die twee bundels heet ‘De samenspraak van de vogels’ en Kader Abdolah heeft dat opgenomen in zijn boek — het is prachtig!

De vogel Hodhod roept alle vogels uit het koninkrijk van de vogels bijeen. ‘We hebben een koning nodig, en we moeten op pad gaan om hem te zoeken.’ Alle vogels worden bij naam genoemd en aangemoedigd. ‘Zijn naam is Simorg en hij woont in een ontoegankelijke berg die Ghaf heet.’ Alle vogels begrijpen de urgentie om de koning te zoeken, maar dan beseffen ze ‘hoe lang en hoe lastig hun reis zou worden, en ondanks hun goede wil begonnen zij zich te verontschuldigen. En ze verlieten de plek van hun samenzijn.’ Toch blijft er een groep over die op reis gaat naar de berg Ghaf. Om die plek te bereiken moeten ze zeven valleien overvliegen — de zeven stadia van het soefisme. De vallei van hebzucht, de vallei van de liefde, de vallei van de kennis, de vallei van de onafhankelijkheid, de vallei van het geloof en tenslotte de vallei van verwondering en armoede. Een voor een vallen vogels uit op de reis, slechts dertig blijven over. Maar aangekomen bij de berg Ghaf is er geen spoor te vinden van Simorg. ‘Opeens begrepen ze wat er was gebeurd.’ Simorg, of Si-morg betekende letterlijk ‘de dertig vogels’, de vogels waren Simorg zelf. ‘Het geheim was niet buiten hen, ze waren zelf het geheim: je bent wat je zoekt.’

De samenspraak van de vogels — illustraties uit een manuscript ca 1600

Je bent wat je zoekt. Opvallend dat de reis die Rumi als jongen maakt, op de vlucht voor geweld, hem uiteindelijk leidt naar een reis die hij van binnen zal afmaken. Zoals dat moment dat hij getuige is als zijn vader als gastdocent in de Madrasah in Bagdad het waagde de mysticus Shahab Sohrewaardi aan te halen: ‘Het grote geheim ligt niet buiten jou. Het geheim ligt bij jou. Je moet een diepe mystieke reis maken in de diepste diepten van je eigen bestaan. Zo kom je bij de bronnen der bronnen van dat licht. Daar bereik je God. Want God zit in jou. En je wordt één met God. En je wordt God. Je bent het geheim. Je bént God.’

God worden door in je eigen bestaan af te dalen, het zijn woorden van een mystieke openbaring en in díe tijd en in de onze moeilijk te verstaan. Ook daar in Bagdad moeten ze dus weg, nu op de vlucht voor conservatieven die deze woorden niet kunnen horen. Via Mekka en de ontmoeting met Attar komen ze dus uiteindelijk aan in Konya. Daar benadrukt Rumi’s vader hem: ‘Je gedichten, je gedichten en nog eens je gedichten’ te schrijven. Want Bahao Eddin had in zijn zoon wel het opmerkelijke schrijftalent ontdekt. En aangemoedigd begint dan de reis als dichter.

En niet alleen als dichter, ook als mysticus. Een mysticus die zich tenslotte ontworsteld van de gevangenis van een benauwd geloof. ‘Pak een bijl / En bevrijd jezelf. / Zodra je dat doet, ben je / een machtige koning.’

Die worsteling en die bevrijding beschrijft Kader Abdolah meesterlijk en met de nodige pijn, want ook Rumi was een mens. Een mens met tekortkomingen naar zijn eigen gezin. Maar de reis naar binnen, zeker nadat hij een metgezel ontmoet die van grote betekenis wordt in zijn leven, de man Shams Tabrizi, voelt als een ontsnappen aan de dood. Rumi klemt zich aan Shams vast als een reddingsboei. ‘Shams gaf voorrang aan de mens, boven God. Hij stopte alle betekenis van het bestaan in de handen van de mens. Hij predikte dat als je jezelf kan vinden, je God hebt gevonden.’

Rumi heeft in veel van zijn gedichten deze Shams opgevoerd: ‘Jij! Mijn meester, mijn begeleider / Mijn pijn, mijn remedie / Ik maak het nu openbaar / Shams is mijn Kaäba / Hij is mijn makker, mijn klooster / Hij is voor mij de hel en de Hof van Eden tegelijk / Shams is mezelf.’

Uiteindelijk leert Shams aan Rumi de bevrijding ook via dat wat we nu de Derwish dans noemen, de samadans. Zo kenmerkend voor het Soefisme vandaag de dag. En niet alleen deze dans; uiteindelijk begonnen zij beiden met het stichten van een abdij die een historische breuk in de conventionele islam veroorzaakt. ‘Ze hadden werkelijk een stap genomen om zich niet op papier of in de boeken, maar in de praktijk van de zware donkere last van islam te bevrijden.’

‘Ik ben alle ordes van het bestaan / De voortdurende Melkweg / De evolutionaire intelligentie / En alles daarboven / En alles daaronder / En alles wat het is / En alles wat het niet is / Jij die Djalal Eddin Rumi kent / Jij de Enige in het geheel / Zeg wie ik ben / Zeg dat ik jou ben.’

Het boek ‘Wat je zoekt zoekt jou’ van Kader Abdolah is een verrijking, een reis op zichzelf, en ik ben hem dankbaar dat hij dit heeft willen schrijven. De reis, het verhaal van Rumi, de gedichten, de verhalen, de geschiedenis — het heeft me dichterbij gebracht.

Ron van Es hoofdredacteur Optimist Magazine Online (OMO)

Koop ‘Wat je zoekt zoekt jou’ bij YouBeDo en doneer 2, 70 van de vaste boekenprijs aan een goed doel.

--

--