Transklasse

Leven in twee werelden

Ron van Es
4 min readJun 28, 2023

Ik ben zelf geboren in Rotterdam-Zuid in een typisch arbeidersgezin. Eigenlijk kende ik alleen maar arbeidersgezinnen daar. Veel waren er komen wonen toen de havens werden uitgebaggerd en de schepen af en aan kwamen met hun ladingen uit de hele wereld. Arbeiders waren er nodig. Logisch dat ik na mijn lagere school als jongen naar de LTS (lagere technische school) werd gestuurd. Overigens gingen álle jongens naar de technische school. Pas nadat ik mijn eerste vrouw als meisje leerde kennen uit een heel ander milieu ging ik nadenken of ik toch liever niet door wilde gaan leren. Leren? Wenkbrauwen werden opgetrokken thuis. Pas op een andere school bleek ik ook echt te kunnen leren. Nederlands werd mijn nieuwe aandachtspunt en door eerst nog een middelbare school te zijn doorgelopen kon ik uiteindelijk MO A Nederlands gaan studeren.

In het boek ‘Transklasse’ schrijft Lenette Schuijt over een dergelijke situatie in haar leven. ‘Ben jij een sociale stijger? Ongemerkt leggen ze een lange weg af, vol avonturen en hindernissen.’ Dat klinkt nog spannend, maar in een interview in de Volkskrant vertelde ze: ‘Ik ging meer met een klasse-bril naar mijn leven kijken. Daarvoor dacht ik altijd dat het aan mij persoonlijk lag dat ik mij een indringer voelde in het academisch milieu, dat ik er eigenlijk niet hoorde. Terwijl dat gevoel een gevolg is van de sociale verhoudingen in onze samenleving. We zijn gewoon een klassenmaatschappij, met een impliciet oordeel over een lager en hoger milieu.’

Het begrip ‘transklasse’ geeft aan dat je in twee werelden leeft, werkt, en eigenlijk altijd bent. In mijn geval de wereld van de arbeiders en de wereld van de poëzie, de taal; en altijd heb ik het idee gehad er niet bij te horen, of te mogen horen. Altijd het gevoel een achterstand in te moeten halen.

Belangrijk punt in haar boek, schetst ze zelf in dat interview: ‘De belangrijkste reden dat we het in Nederland lang niet over sociale klassen hebben gehad is doordat we een hardnekkig egalitair zelfbeeld hebben’, zegt Schuijt. ‘We zijn allergisch voor de gedachte dat er ongelijkheid zou bestaan in ons land. Dat zorgt ervoor dat we geen uitschieters naar boven of naar beneden willen hebben en onszelf niet willen zien als klassenmaatschappij. Maar dat verdoezelt ondertussen wel de sociale verschillen die er bestaan, en maakt dat mensen die niet vooruitkomen het zichzelf verwijten en dat mensen die het goed hebben denken dat het hun persoonlijke verdienste is.’

Die klassenmaatschappij is er niet alleen nog steeds, maar dreigt juist veel groter te worden. Met de instroom van nieuwe Nederlanders, die zo lijkt het wel, helemaal opnieuw moeten beginnen met stijgen op de ladder. Zo kwam ik jaren later in datzelfde Rotterdam-Zuid, waar ik weg was, een jonge Marokkaanse vrouw tegen die haar dromen en ambities aan mij vertelde. Ik realiseerde dat zij diezelfde, lange, weg zou moeten afleggen om er te komen. Met op die weg dilemma’s, valkuilen en drempels.

In het boek schrijft Lenette: ‘In kringen waar ‘zevenvinkers’ in de meerderheid zijn, kunnen transklasses de stem vertolken van mensen aan de onderkant van de samenleving.’ Dat is ook waar Tim ‘S Jongers op doelt in al zijn columns over armoede en sociale eenzaamheid. ‘Nu ik hoog opgeleid ben, is alles natuurlijk soort van anders. Ik heb min of meer het esthetisch kapitaal van een hoogopgeleide, met enige moeite kan ik denken als een hoogopgeleide en met veel moeite kleed ik me als een hoogopgeleide. Het is echter niet zo dat zeven jaar afgestudeerd zijn, drieëndertig jaar maatschappelijke marginaliteit compenseert. Je kan het verleden dan wel ontlopen, een geschiedenis uitwissen lukt maar zelden. Daarom bevind ik me permanent in een spreidstand: mijn linkervoet in de ene wereld, mijn rechtervoet in de andere.’

Het boek van Lenette Schuijt is open en eerlijk over haar weg, en tegelijk heel helder hoe een deel van de samenleving óf niet meekomt óf zijn eigen afkomst aan het overschreeuwen is. ‘Het is te kwetsbaar om de pijn van afkeuring en diskwalificatie te voelen en daarop te reflecteren.’ Zo ontstaat er een tweedeling in de samenleving, twee kanten die elkaar niet verstaan en al het beleid om de samenleving leefbaar te houden komt niet meer aan. Denk even aan de afleer van politiek en het wantrouwen naar de overheid.

‘Ik kan erg trots zijn op de weg die ik heb afgelegd. Vooral wanneer ik de zondagskinderen, die alles meehadden, hoor klagen over de tegenslagen in hun leven. Dan voel ik trots over mijn prestaties en denk ik: wat mij ook overkomt, dat overwin ik wel, want ik heb al zoveel tegenslagen in mijn leven overwonnen. Die gedachte vind je bij veel sociale klimmers terug. Tegelijkertijd zal ik altijd een soort onzekerheid houden, het is nooit zomaar vanzelfsprekend dat ik er mag zijn.’

Ron van Es — mentor, spreker, schrijver & maker bij School for Purpose Leadership

Koop ‘Transklasse’ bij YouBeDo en doneer een klein deel van de vaste boekenprijs aan een goed doel, bijvoorbeeld aan het Jeugd Educatiefonds

--

--