Rechten voor de natuur

Ron van Es
5 min readMar 19, 2023

Op 20 december 2019 haalde Urgenda een belangrijke ‘overwinning’ omdat toen de Hoge Raad de beslissingen van de rechter en het gerechtshof overnam en de overheid dwong maatregelen te nemen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Overigens naar eigen inzet en regels die de overheid had afgesproken.

In 2021 volgde die andere uitspraak in de rechtszaak die Greenpeace had aangespannen tegen Shell, namelijk dat Shell haar CO2-uitstoot met 45% omlaag dient te te brengen in 2030. Deze klimaatzaak was aangespannen door Milieudefensie, Greenpeace Nederland en andere belangenorganisaties, samen met 17.379 individuele mede-eisers.

Ongekend en het opende deuren naar nog veel rechtszaken die zullen volgen. Ook rechtszaken niet alleen tegen bedrijven — rechts entiteiten — zelf, maar ook tegen vertegenwoordigers van die bedrijven, de CEO’s. Rechtszaken die vanuit het principe van ecocide worden aangespannen. The Economist schrijft dan: ‘Is it time for “ecocide” to become an international crime?’

Onder ecocide wordt in brede zin de massale schade en vernietiging van ecosystemen bedoeld, de ernstige schade aan de natuur die wijdverspreid of langdurig is en moedwillig gepleegd is. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat oliemaatschappijen al heel lang wisten welke schade zij veroorzaakten en niets deden. Niet de oliemaatschappijen worden straks voor het gerecht gedaagd, maar de verantwoordelijke bestuurders.

Kijk maar eens op de website van Ecocide Law.

Maar al deze en komende rechtszaken zijn aangespannen tegen personen of bedrijven. Personen en bedrijven die schade brengen aan natuur. Aan rivieren, aan landschappen, aan bergen, aan gebieden. Kunnen die niet voor zichzelf spreken? Een rare gedachte, maar Jessica den Outer bespreekt die gedachte uitgebreid in haar boek ‘Rechten voor de natuur’ (uitgever Lemniscaat).

Bijvoorbeeld met de bijzondere rechtszaak in 1969 Sierra Club v. Morton. Wat was er aan de hand? In de Amerikaanse staat Californië, vlak naast het bekende Sequoia National Park, ligt de gletsjervallei Mineral King. Kunnen we daar niets iets leuks mee doen, dacht United States Forest Service door Mineral King aan de hoogste bieder te verkopen? The Walt Disney Company had daar wel oren naar en wilde daar dan wel een enorm ski resort bouwen. Skiliften, hotels, een golfbaan natuurlijk, restaurants, parkeerplaatsen en als kers op de taart een snelweg dwars door het Sequoia National Park om er te kunnen komen. De Sierra Club, opgericht in 1892, en de grootste milieuclub in de VS, kreeg dit te horen en spande een rechtszaak om dit te voorkomen.

Dat was bepaald geen gelopen race omdat de Sierra Club en de rechters op iets stuitten wat ze niet eerder tegenkwamen in de rechtspraak, er zou geen schade aan een persoon worden toegebracht. ‘(…) een zaak aanspannen kon alleen als je daar persoonlijk belang bij had. De Sierra Club had in dit geval geen legal standing, geen juridische bevoegdheid om voor de rechter te verschijnen.’ Case closed dus en Disney kon zijn gang gaan.

Totdat ene Christopher Stone, hoogleraar aan de Southern California Law Review over deze rechtszaak hoorde en ging nadenken. Zou het niet zo kunnen zijn dat de natuur zelf een rechtspersoon zou kunnen zijn of is en vertegenwoordigt kan worden bij de rechter? In het artikel dat hij toen schreef ‘Should Trees Have Standing?’ pleitte hij voor die rechten van de natuur. Ja, het was raar misschien, maar de tijd dwingt ons om nu anders te gaan denken en kijken over de rechtsentiteit van de natuur.

Hoewel de zaak Sierra Club v Morton beklonken was in het voordeel van Disney bracht het artikel van Stone een van de rechters van het Supreme Court aan het nadenken. Deze William O. Douglas ‘was duidelijk geïnspireerd door het betoog van Stone. Als schepen en bedrijven wél rechtspersoonlijkheid kunnen bezitten, terwijl die in feite door door de mens verzonnen ‘ficties’ zijn, waarom zou een rivier, met al het leven dat zij in stand houdt en voedt, dat dan niet kunnen zijn?’ Maar ook de tegen-mening van deze Douglas mocht niet helpen en het is aan de National Environmental Policy Act die in 1970 in werking trad te danken dat milieueffectrapportages nodig zin voordat iemand iets dergelijks als een snelweg en hotels en de hele rimram mag plaatsen in een beschermd natuurgebied. Disney droop af.

Waarom ik , en dus Jessica den Outer, dit zo uitgebreid beschrijf, is dat dergelijke zaken een heel lange aanloop hebben, maar uiteindelijk een versnelling brengen in heel veel rechtspraken over de hele wereld. Niet voor niets bespreekt Jessica dan ook o.a. spraakmakende zaken als de vervuiling in de stad Tamaqua Borough in Pennsylvania die de burgers wonnen, de rivier Whanganui in Nieuw-Zeeland die een rechtspersoon werd, de rechten voor de natuur die in Ecuador in de Grondwet werd vastgelegd en in Spanje waar de Mar Manor, een lagune grondwettelijk beschermd wordt.

Het zijn allemaal bijzondere zaken die door bewoners en organisaties nu afgedwongen worden om de natuur zelf een stem te geven. Vervuiling en afbraak kan zo worden tegengegaan en het spel is op de wagen.

Jessica den Outer is zelf betrokken bij de internationale beweging Rechten voor de Natuur en besloot dat dit haar missie is. Zo is ze ook betrokken bij initiatieven in Nederland waar bijvoorbeeld gepleit wordt voor rechten voor de Waddenzee en het initiatief ‘Maas in de Wet’. Al is hier die weg ook lang. Uit een onderzoek blijkt namelijk dat ‘maar 9 procent van de Nederlanders vond dat de natuur in dienst staat van de mens, terwijl 80 procent vond dat de mens een onderdeel van de natuur vormt’. ‘Maar’, schrijft Jessica den Outer dan toch: ‘De tijdgeest is rijp voor Rechten voor de Natuur. Rijp voor een grootschalige burgerbeweging die, naar Spaans voorbeeld, de Nederlandse politiek in beweging zal krijgen.’

Het boek eindigt dan ook met ideeën voor burgers om zelf in verweer te komen. Je kunt bijvoorbeeld je inspreekrecht gebruiken in lokale gemeenteraden. Je kunt ook met je kunst recht en natuur verbinden zoals het project ‘Rechtszaak in het park, bomen spreken zich uit’. Je kunt als docent Rechten voor de Natuur een plek geven in je onderwijs. Je kunt een stuk grond uit de markt halen en teruggeven aan zichzelf. Denk in dit verband eens aan de actie van Henry Mentink die met een kruiwagen gevuld met aarde naar Parijs liep om de aarde af te leveren bij het hoofdkantoor van UNESCO. Met deze actie onderstreepte hij zijn idee om de hele Aarde op de Werelderfgoedlijst plaatsen.

‘Uiteindelijk ligt de sleutel bij de burgerbewegingen.’

Ron van Es mentor School for Purpose Leadership

Koop ‘Rechten voor de Natuur’ bij YouBeDo en doneer 1,54 van de vaste boekenprijs aan een goed doel.

--

--