Perspectief

over het boek van Angela Stoof

Ron van Es
8 min readJun 10, 2024

De ondertitel van het boek van Angela Stoof luidt: ‘Hoop houden en verschil maken in een wereld vol verandering’. Ik haal daar drie woorden uit die ik hieronder als thema’s graag met je wil delen met betrekking tot haar boek.

Hoop. Verschil. Verandering.

Hoop.

Niet voor niets zet Angela Stoof achter dat woord ‘hoop’ ook het woord ‘houden’. Hoop houden. In haar boek beschrijft ze dan de term die Hannah Arendt heeft gemunt voor hoop en dat is: nataliteit. ‘Nataliteit betekent zoiets als ‘de geboortelijkheid van de mens’. Waar onze eerste geboorte natuurlijk onze komst hier op de aarde is, is geboortelijkheid als een tweede geboorte, het verbinden met ons hele zijn. Met een kleine zijstap heb ik iets dergelijks geleerd van de Tsjechische psychiater Stanislav Grof, één van de wegbereiders van de Transpersoonlijke psychologie, en vooral bekend geworden met zijn model waarin hij het psychisch ontwaken van mensen in vier fasen vatte.

Het komt er in het kort op neer dat je net als bij een geboorte, kunt kijken naar hoe jij antwoord geeft op je leven.

  • In de eerste fase lijkt het alsof je in de baarmoeder wel weet hebt van jezelf en de wereld om je heen, maar dat je er nog veilig bij ligt.
  • In de tweede fase kun je spreken van weeën, er staat iets te gebeuren, gevoelens worden heftiger, en de pijn maakt dat je in beweging komt.
  • In de derde fase is er een geboorte, het is stormachtig, je wilt er zijn.
  • De vierde fase tenslotte is wat je kunt noemen de transformatie. Van veilig in de baarmoeder in totale kwetsbaarheid, tot aanwezigheid in de wereld.

Psychiater Grof zag deze natuurlijke beweging bij mensen in zijn praktijk die in elke fase óf een drempel konden nemen naar de volgende fase, óf bleven hangen. Angst zorgde ervoor dat mensen niet ‘geboren’ wilde worden. Sommigen bleven liever veilig in de baarmoeder, anderen voelde wel de pijn van de weeën, maar verkozen liever de pijn dan de bevrijding van de geboorte.

Hoop (houden) is dus de geboorte van wie je ten volle bent, schrijft ook Angela Stoof. ‘En daarmee kunnen we iets nieuws in gang zetten, in het openbare domein van politiek, cultuur en samenleving. Elke keer opnieuw.’

Dat tevoorschijn komen doen we in de ‘tussenruimte’, een term die ik graag ook zelf gebruik, bijvoorbeeld in een podcastreeks met dezelfde naam uit 2022. Het is een term van de antropoloog Arnold van Gennip die een oude rite-de-passage beschrijft van oudere natuurvolken. Het is de transitie van het oude loslaten, dan in de tussenruimte terecht komen om ten slotte het nieuwe te kunnen omarmen. Angela Stoof refereert echter met de term ‘tussenruimte’ vooral het ontmoeten van elkaar. ‘We verschijnen. In die tussenruimte wordt het samenleven gemaakt en gevormd.’

En dat laatste heeft dan weer een link met dat wat de filosoof Martin Buber het ‘ik-en-jij’ noemde. Alleen als er sprake is van een ontmoeting tussen een ‘ik’ tegenover de ander, de ‘jij’, ontstaat er een werkelijke ruimte, de tussen-in, daar waar gezien en geleerd wordt van elkaar.

Hoop en die hoop houden. Daar moeten we natuurlijk wel iets voor doen. Een kunde van leven voor ontwikkelen. Het houden vraagt om een actieve houding. Een kritisch bewustzijn volgens Hannah Arendt. Dat kritisch bewustzijn helpt je ook om je uit te spreken. Ergens voor te gaan staan. Je te laten zien en horen. En, schrijft Angela Stoof, ‘De twee aspecten van nataliteit — het ontwikkelen van kritisch bewustzijn en van daaruit hoopvol handelen — vormen de grondstructuur van dit boek.’

Verschil.

Het kritisch bewustzijn en de actieve houding vindt Angela Stoof terug bij verschillende mensen die zijn interviewde voor dit boek. Marjolein Jonker over hoe wij kunnen wonen. Annemiek Moonen over klimaatverandering. Dirck Slabbekoorn over onze sociale samenhang. Bieke Jongejan & Sanne Boekel over de geestelijke gezondheidszorg. Kees Klomp over een andere betekenis aan de economie. Gilberto Morishaw over de transitie naar een andere samenleving, Eveline de Kock over haar ideeën van relaties en Merlijn twaalfhoven over hoe de kunst de wereld kan redden.

Negen verschillende mensen en er zouden nog honderden meer geïnterviewd kunnen worden. Het is een wereld in beweging en veel mensen bewegen al mee. Het is de wil-tot-betekenis zoals de psychiater Victor Frankl die al beschreef in zijn boek ‘Search for Meaning’.

Vrij vertaald kun je Victor Frankl lezen en begrijpen als iemand die aan een mens niet vraagt om zich kenbaar te maken omdat het zo goed is voor hem of haarzelf, maar zich kenbaar te maken omdat het leven dat vraagt. Het is een wil-tot-betekenis, waarbij de wil niet alleen in de handen van de mens zelf ligt. Het leven wil dat ook, zeg maar.

Verschil maken schrijft Angela Stoof dan ook terecht. Waarbij het niet gaat om het ego dat wil opvallen door het verschil te maken, maar waar het verschil opvalt doordat er aan gewerkt wordt. Zoeken naar onze betekenis en de wil-tot-betekenis geeft ons richting vanuit verleden naar het heden en vandaar uit naar onze toekomst, bepalend voor wie we zijn. En willen zijn.

Met de interviews geeft Angela Stoof de lezer een opmaat voor wat zij beschrijft als ‘het verschil maken met jezelf’. Het zelf handelen, zelf een verhaal vertellen, strategieën om het verschil te maken, je leiderschap ontwikkelen en ten slotte het lege midden niet uit de weg gaan. Het lege midden? Het lege midden is als een bloembol, schrijft zij. De schillen zijn je handelingsperspectieven, maar in het midden is het niet-handelen, het niet-doen, niets-doen zelfs en een inactiviteit. Dat lege midden, dat contact met wie je ten volle bent, is ook je waarborg dat het niet gaat om jouw handelen, jouw ego, maar om dat wat je benten daarom doet. Verschil maken.

Verandering.

Belangrijk in het boek is het idee van systeemintelligentie. Om te kunnen veranderen is een begrijpen van dat wat veranderen moet natuurlijk nodig. Of dat wat veranderen wil. De intelligentie van een systeem, het leven, maar ook daar waar wij een systeem omheen hebben gebouwd als zorg, onderwijs, economie, samenleving, heeft altijd een verleden, een heden en een toekomst.

Van het verleden kunnen we leren. Door een lijn te trekken, via ons patroon van gedragingen, kunnen we ‘afdalen’ in ons verleden en dat in het heden duiden. Dat is de grote waarde van psychiatrie en psychologie geweest. Wie denken we te zijn in het licht van de weg die achter ons ligt?

Van het heden en vooral daar waar het systeem knelt kunnen we in beweging komen.

In het heden is er ook dat verlangen naar zingeving. Is er ook het besef dat we onderdeel zijn van een systeem. Van een evolutie. Van een — kosmische — omgeving. Er is geen mens die ‘s nachts naar de sterren kijkt en denkt: het zal wel. Iets doet een beroep op ons. De vraag is wat dat ‘iets’ dan is?

Van de toekomst kunnen we verbeelden hoe de intelligentie van het systeem ons verder brengt. Verder naar een menselijk bestaan zoals het bedoeld kan zijn. Niet een toekomst in chronologische zin, maar een toekomst in onze ontwikkeling als persoon. We ontwikkelen ons dus in zingevende behoeften. We willen in diepste zin liefhebben — ook onze naasten. We willen in onze kern het goede (daar ben ik van overtuigd). We willen een gemeenschap om in vrede en voorspoed te leven. We groeien dus net als in de natuur naar het licht toe en leren van ons verleden en heden. Alles wat ons tegenhoudt in die zingevende zin zijn resten van ons eigen verleden — opvoeding, omgeving, overtuigingen — die zorgen dat we in ons brein en gedrag haat blijven voeden. Door die haat raken we van de weg, verdwalen we in ons geweld, raken we zoek in onze angsten.

Systeemintelligentie, schrijft Angela Stoof heeft meerdere facetten:

‘Het is een activistisch concept, omdat het gevoed wordt door de weigering om de status quo van oude systemen voort te zetten.’ Daarbij is frustratie — ‘het lukt niet, ik luk niet’ — een belangrijke motor om de wil aan te laten ‘slaan’. Het is de contactsleutel van de auto. Om in dat licht te gaan staan, is er soms een existentiële crisis nodig.

‘Het is een emanciperend concept, omdat we allemaal zijn gevormd in de logica van oude systemen, die ons op een bepaalde manier onvrij maken.’ Het vinden van een antwoord is echter geen logisch van A naar B verhaal. Het betekent vaak dat je eerst moet luisteren en soms onbekende wegen moet inslaan. Soms kom je het antwoord op een plek tegen waar je het niet had verwacht. Heb je de moed om buiten de lijntjes te gaan, te onderzoeken, jezelf de kans te geven iets nieuws te ontdekken?

‘Systeemintelligentie heeft daarnaast te maken met zelfcompassie.’ Dirk De Wachter, de psychiater, schrijft in zijn boek ‘Vertroosting’ over de troost voor het leven zelf. De troost die we zo nodig hebben omdat we ons realiseren dat het bestaan zelf soms zo moeilijk is. Zo onbestaanbaar. Als je de krant leest. Als je opslag van vermoeide ogen van iemand ziet.

‘Tegelijkertijd helpt systeemintelligentie ook om een compassie voor een ander te ontwikkelen, vooral voor mensen die een voorstander zijn van oude systemen.’ Ik moet denken aan het verhaal van Sander de Hosson die longarts is, en die openhartig schrijft en spreekt over zijn werk met patiënten. In een interview met de Volkskrant spreekt hij over zijn werk en de laatste vraag aan hem viel me nog het meest op: ‘Het lijkt wel of u in ieder overlijden iets hoopvols kunt zien?’ Sander de Hosson antwoordt dan: ‘Dat is hoe ik het beleef ja. Achter elk overlijden gaat een verhaal schuil. En die verhalen zijn vaak prachtig.’ Een tijd geleden had hij een patiënt die op bed met haar laptop op schoot zat te werken. ‘Haar gezicht was blauw, grijs, grauw,’ zegt hij. ‘Ze lag daar dood te gaan. Ik vroeg wat ze aan het doen was, op die laptop. Ze zei dat ze bezig was met een belangrijke zakelijke deal, die morgen rond moest zijn. Haar man en twee zoons staarden naast het bed wat voor zich uit. ‘Ik dacht: what the hell gebeurt hier? Op de gang overlegde ik met de verpleegkundige. Ik zei: we gaan haar nu confronteren. Toen ben ik de kamer weer in gelopen en zei: ‘Ik denk dat u morgen geen deal heeft. Ik denk namelijk dat u morgen dood bent.’ Haar ogen gingen open, zegt hij. ‘Er bleef niets meer van haar over.’ De volgende dag leest hij in het dossier: ‘Mevrouw heeft haar computer na het gesprek niet meer aangeraakt. De familie heeft uitgebreid met elkaar gesproken.’

‘Ook heeft systeemintelligentie een hele praktische component. Zonder systeemintelligentie mist onze hoopvolle handelen scherpte en focus.’

Perspectief is een heel rijk boek, ik hoop dat ik dat al wel heb laten lezen hier. Een boek dat veel brengt. Hoop (houden). Verschil (maken). Verandering (brengen).

Angela Stoof schrijft dan uiteindelijk deze prachtige zinnen: ‘Misschien moeten we weer leren om de taal van de liefde te spreken. Misschien moeten we ook wat meer luisteren naar onze hedendaagse mystici, die ons leren: wij zijn liefde, dat zijn we altijd geweest.’

Ron van Es, mentor & schrijver bij School for Purpose Leadership en hoofdredacteur bij OMO.

Angela Stoof — Perpectief, hoop houden en verschil maken in een wereld vol verandering, uitgeverij Zilt

--

--

Ron van Es

Editor-in-chief OMO https://www.optimistmagazineonline.com/ Schrijft ook reviews voor New Financial Magazine en Optimist Magazine